
- KEUZE VAN DE REDACTIE
- 2019 · 6 tracks · 19 min.
Cellosuite nr. 2 in d‑mineur
BWV 1008
In tegenstelling tot de keurige patronen waarmee Suite nr. 1 opende, biedt de ‘Prelude’ aan het begin van Suite nr. 2 een meer verhalende flow. Expressieve melodische frasen worden naar voren gehaald uit een constante stroom van noten. Het eindigt nadrukkelijk met enkele wijd uit elkaar geplaatste snaarovergangen. ‘Allemande’ is een nobel, waardig deel, qua stijl dichter bij die van Bachs klavierwerken, en vol innerlijke spanning − die vervolgens nerveuze spanning wordt in het schichtige, dartelende deel ‘Courante’. Het deel ‘Sarabande’, dat karakteristiek leunt op de tweede tel, is een majestueuze klaagzang, die aan het einde stijgt in toonhoogte en pathos. Tussen ‘Sarabande’ en het slotdeel ‘Gigue’ koos Bach voor elke suite een ander paar dansen. Hier vertegenwoordigen de twee menuetten de actueelste dansen van de zes suites. In de Franse stijl wordt ‘Menuet I’ herhaald na ‘Menuet II’. De afsluitende ‘Gigue’ is kortademig en percussief, met regelmatige accenten en ietwat haperend. Over de cellosuites van J.S. Bach Werken voor een onbegeleid solo-instrument − zeker de cello − waren zeldzaam in Bachs tijd en waren veel eerder geïmproviseerd dan nauwgezet opgeschreven. Bachs Zes suites voor onbegeleide cello werden gecomponeerd in zijn tijd aan het hof van Köthen (1717-23). Hoewel ze waarschijnlijk niet als verzameling zijn bedacht, volgen de zes werken een vergelijkbaar patroon. Aan de traditionele suite − allemande, courante, sarabande en gigue − voegde Bach een inleidende prelude toe, plus een paar modieuze moderne dansen (menuetten, bourrées of gavottes) voor de laatste gigue. Ze werden in 1825 gepubliceerd, en begonnen pas grote populariteit te genieten toen ze in de jaren dertig werden opgenomen door Pablo Casals.