
- KEUZE VAN DE REDACTIE
- 2020 · 3 tracks · 49 min.
Pianoconcert nr. 1 in d-mineur
Op. 15
De oorsprong van Brahms’ Pianoconcert nr. 1 is nauw verbonden met de componist Robert Schumann. Hun eerste ontmoeting in september 1853 liet Schumann grijpen naar superlatieven. Hij voorspelde (terecht, zoals later bleek) dat Brahms de natuurlijke opvolger van Beethoven was. Slechts drie jaar later overleed Schumann, opgesloten in een psychiatrische inrichting, na een halfslachtige poging om zichzelf te verdrinken in de Rijn. Diep geraakt door de situatie van zijn vriend, was Brahms intussen begonnen aan een sonate voor twee piano’s die al snel uitgroeide tot een symfonie en uiteindelijk − door het samenvoegen van beide klankwerelden − tot een pianoconcert. Alleen het oorspronkelijke eerste deel haalde de uiteindelijke versie, een 23 minuten durend symfonisch meesterwerk in d-mineur, waarvan de gekwelde intensiteit en verhoogde emotionaliteit Brahms’ turbulente gemoedstoestand van dat moment weergeven. Daar voegde hij een hartgrondig ‘Adagio’ aan toe, bedoeld (zo bekende hij later) als een muzikaal portret van Schumanns weduwe Clara, met wie hij erg hecht was geworden. In het vlammende slot ‘Allegro non troppo’ bewijst het hoofdthema eer aan Mozarts eveneens schrijnende Pianoconcert nr. 20. Het concert was aanvankelijk aan dovemansoren gericht − na de première in 1859 herinnerde Brahms (als solist) zich een zwakke poging tot applaus die werd weggesist − maar wordt nu algemeen beschouwd als een klassieker in het genre.