Pianosonate nr. 23 in f-mineur
Op. 57 · “Appassionata”
Beethoven componeerde zijn stormachtige Pianosonate nr. 23 (‘Appassionata’) in 1804 en 1805 als een daad van verzet toen zijn gehoor sterk afnam. Twee jaar voordat hij begon aan de hartverscheurendste van zijn 32 pianosonates, kreeg hij van zijn arts het advies om zijn oren rust te geven in de vredige omgeving van Heiligenstadt. Dat was toen een kleine stad met een warmwaterbron aan de rand van Wenen. Maar het bleek averechts te werken: Beethoven kreeg heimwee, raakte zich diepgaander bewust van zijn gehoorproblemen en werd nog somberder. In een brief aan zijn broers Carl en Johann, die nu bekendstaat als het ‘Heiligenstädter Testament’, beschreef hij zijn gemoedstoestand, legde hij zijn testament vast en erkende hij aan zelfmoord te denken. Uiteindelijk raapte hij al zijn moed samen en besloot hij te vechten tegen het lot. Deze radicale omwenteling kwam de eerste keer naar voren in Symfonie nr. 3 (‘Eroïca), maar ‘Appassionata’ (die titel werd postuum toegekend) is een volledigere onthulling van Beethovens toenmalige onrust. Ook vandaag nog vereist de verschroeiende emotionele intensiteit van het eerste deel, ‘Allegro assai’, een buitengewoon surplus aan fysiek uithoudingsvermogen. De piano’s van destijds zwichtten letterlijk onder het gewicht. De emotionele wonden die in dat deel zijn opengereten, worden vervolgens in ‘Andante con moto’ als het ware verzorgd en gebalsemd. De variatiereeks maakt daarna plaats voor een paar wervelende septiemakkoorden, die als startschot dienen voor het explosieve slotdeel.
