
- KEUZE VAN DE REDACTIE
- 2024 · 5 tracks · 1 u. 7 min.
Symfonie nr. 9 in d-mineur
Op. 125 · “Koorsymfonie”
In 1811 kreeg Beethoven het idee een symfonie te schrijven in d klein, de toonsoort van Mozarts formidabele Requiem. Maar het kostte hem 12 jaar om het af te maken. Dat kwam vooral door het eindstuk: moest dat een puur orkestrale, tragische finale worden, of een koorstuk gebaseerd op een religieuze tekst? Het koorconcept smolt uiteindelijk samen met een project dat al jaren in zijn hoofd zat: een setting met 'Ode an die Freude', het gedicht waarin Friedrich Schiller vrijheid en gelijkheid viert. Maar hoe moest hij dan die koorstemmen in een symfonie verwerken? Beethoven vond de oplossing door op symfonische wijze een verhaal uit te rollen waarin de 'Ode' het hoogtepunt werd. Het begint met een magnifiek tragisch eerste deel waarin ambities hopeloos lijken te zijn. Maar dan komt er toch hoop in de vorm van een scherzo waarin het orkest anticipeert op het koorstuk dat komen gaat. Het gevoelige, mooie, beschouwende langzame stuk wordt geïnterrumpeerd door fanfares die tot actie oproepen. Een angstaanjagende dissonant opent de finale, uitgedaagd door opera-achtige recitatieven op cello en bas. Daarop volgt de welbekende 'Ode an die Freude', nu met het volledige koor. Een visie waarin de mensheid wordt verenigd door vreugde vormt het decor waarin de extatische climax volgt met een orkest dat naar de finishlijn racet. Een uiting van geloof in democratie, of toch een wanhoopskreet? Het is hoe dan ook overweldigend.