Boléro

M. 81 · “Bolero”

Welbeschouwd is Ravel een minimalist avant la lettre: het repetitieve thema, vleugjes oriëntalisme en hypnotische ritmes uit zijn Boléro zouden typische ingrediënten worden van de experimenten van bijvoorbeeld Steve Reich en Terry Riley in de jaren 60. Ook het industriële tintje was ultramodern, met de eerste versie die werd opgevoerd als een ballet in een fabriekssetting. Maar het is ook een werk dat voortkomt uit Ravels liefde voor het orkest, te horen in het thema dat telkens aanzwelt in volume en intensiteit. Danser Ida Rubinstein en choreograaf Bronislava Nijinska zorgden ervoor dat het ballet een instant succes werd, waarna het een leven kreeg als orkestwerk. In die versie werd het in 1929 als pronkstuk opgevoerd onder leiding van Arturo Toscanini. Dat ging niet zonder slag of stoot: Ravel was het niet eens met het snelle tempo van Toscanini. Die onenigheid leverde alleen maar meer publiciteit op voor Boléro, dat daardoor nog bekender en geliefder werd.

Gerelateerde muziekstukken