
- KEUZE VAN DE REDACTIE
- 1972 · 25 tracks · 23 min.
Rapsodie op een thema van Paganini
Op. 43
Rachmaninov zat rond 1930 in een lastige fase van zijn loopbaan. Pianoconcert nr. 4 (1926) werd slecht ontvangen en Variaties op een thema van Corelli (1931) was ook al geen groot succes. Met name het Amerikaanse publiek vond die werken te lang duren. Maar Rapsodie op een thema van Paganini (1934) stuitte wel op enthousiasme. Het opmonterende thema komt uit het slotstuk van Paganini’s 24 Capriccio's voor viool (1817). Al eerder hadden Liszt en Brahms een variatie daarop geschreven en later zouden ook Witold Lutoslawski en Andrew Lloyd Webber dat doen. Rachmaninovs eendelige werk voor piano en orkest heeft het karakter van een pianoconcert. Het bevat expressieve versieringen, die de pianist aansporen om zijn virtuositeit te tonen. Na een korte introductie levert Rachmaninov de eerste variatie, voordat we aankomen bij het thema. Daarin kan je een speelse verwijzing zien naar het slot van Beethovens Symfonie nr. 3 (‘Eroïca’), waarin het thema eerst aan variaties wordt onderworpen voordat het wordt gepresenteerd. De sfeer verandert in de zesde variatie. Daarin is de dodenmis Dies Irae verwerkt. Die melodie verwerkt Rachmaninov ook in de tiende en twaalfde variaties, en in het slot. Paganini’s thema wordt op zijn kop gezet in de 18e variatie (‘Andante cantabile’) in Des majeur, die een moment van dromerige reflectie biedt, voordat het werk halsoverkop naar zijn duizelende slotakkoorden snelt.