Die Zauberflöte

K. 620, KV 620 · “De toverfluit”

Prins Tamino is op een missie om de prachtige Pamina te bevrijden. Zij is de dochter van de Koningin van de Nacht en is ontvoerd door Sarastro, priester van de zon. Geholpen door vogelvanger Papageno vindt Tamino haar, maar hij voelt zich ook aangetrokken tot Sarastro's mysterieuze broederschap. Slaagt het koppel erin hun angsten te overwinnen en zich aan te sluiten? Die Zauberflöte (1791) ging slechts enkele maanden voor Mozarts dood in première. Het was Mozarts eerste opera voor een commercieel operahuis: Theatre auf der Wieden van de Weense impresario Emanuel Schikaneder. Dat vereiste een ander soort opera. Mozart besloot er een 'singspiel' (gezongen stuk) van te maken, waarin een sprookjesachtige setting wordt gecombineerd met pantomime, komedie en een verhaal dat zowel een allegorie als een avontuur is. Daarin worden serieuze vragen opgeworpen over macht, religie, waarheid en plicht. De muziek bruist van de charme en vindingrijkheid. De harmonische taal is eenvoudiger dan de opera's waarvoor Lorenzo Da Ponte het libretto schreef, maar de variatie aan muzikale stijlen en klankkleuren is groter dan ooit. Het loopt uiteen van de folkloristische eenvoud van Papageno's muziek ('Ein Mädchen oder Weibchen') en de breedvoerige emotionele en vocale reikwijdte van de Koningin van de Nacht (die het hoogtepunt bereikt in de befaamde aria 'Der Hölle Rache') tot de ceremoniële pracht en praal van Sarastro en zijn volgers ('O Isis und Osiris').

Gerelateerde muziekstukken