Luke Howard richt zich op zijn moederland Australië met een muzikale liefdesbrief aan zijn kwetsbare ecosysteem, dat door de moderne maatschappij verdrukt dreigt te worden. Zijn muziek vangt de verschroeiende hitte van de Australische Outback in ‘Alien Moonscape’: de zonnestralen komen drukkend en beukend neer. Howard schildert levendige beelden van enorme horizonten middels langzaam bewegende strijkers, elegante pijporgels, solostemmen en, voor het eerst in zijn muziek, een woordloos koor. Dat hij eerbied heeft voor het heilige minimalisme van Arvo Pärt is hoorbaar op ‘Spare’, waarin harmonieën verschuiven en oplossen in de Australische bries, terwijl ‘Andamooka Station’ de illusie van verstikking en benauwdheid schept met zijn buigzame, duizelende tonaliteiten. The Sand That Ate the Sea bereikt zijn hoogtepunt met ‘Future Coda’, een fonkelende, symfonische smeekbede.