De sobere instrumentatie van Mozarts trio’s voor viool, cello en piano logenstraft hun pure inventiviteit, schitterende nuance en verfijning. Twee ervan (K. 496 en K. 502) schreef hij in hetzelfde jaar als zijn komische opera Figaro's bruiloft, terwijl de laatste drie werden afgerond toen hij zijn verbluffende laatste symfonieën nrs. 39, 40 en 41 perfectioneerde. Geen wonder dus dat deze schijnbaar bescheiden kamerwerken net als die andere stukken de typische brille van Mozart bevatten: melodieën vloeien als aria’s, de heerlijke ideeën buitelen over elkaar heen en de drie instrumenten treden in een constante, vreugdevolle conversatie. Pianist Daniel Barenboim, violist Michael Barenboim en Kian Soltani zijn met hun onweerstaanbare energie en foutloze ensemblespel niets minder dan betoverend.