Francesco Maria Veracini

Biografie

Francesco Maria Veracini was als het ware de grootste rockster van de barokperiode. Hij was een excentriek muzikaal buitenbeentje en een branieschopper, maar wel eentje met het talent zijn bravoure waar te maken. De in 1690 te Florence (Italië) geboren Veracini was de kleinzoon van violist Francesco Veracini en de neef van componist Antonio Veracini. Als kind kreeg hij les van zijn grootvader en later trok hij naar Rome om zijn talent verder te ontwikkelen. Hij groeide uit tot een indrukwekkend vaardig violist en componist, maar stond ook bekend om zijn arrogantie, driftbuien en onvoorspelbare gedrag. Als twintiger reisde hij tussen Venetië, Londen en Dresden om te werken als violist en zijn composities in première te brengen, zoals Vioolconcert in D majeur (1712) en het oratorium Mosè al Mar Rosso (1715). Hij schreef een reeks sonates voor prins Frederik August II (later de keurvorst van Saksen). Die vielen in de smaak, waarna August II Veracini naar het hof in Dresden bracht om daar tegen een vorstelijk salaris te werken als componist en violist. Maar Veracini had telkens conflicten met zijn vakgenoten en raakte betrokken bij gewelddadige confrontaties. Er was zelfs een moment dat hij uit het raam sprong en zijn been brak, omdat hij dacht dat zijn vrouw in gevaar was. In 1723 verruilde hij Dresden voor Florence, tien jaar later keerde hij terug naar Londen. Hij werd daar een van de meest succesvolle violisten en ook zijn opera’s Adriano in Siria (1735), La Clemenza di Tito (1737) en Partenio (1738) gingen in de Britse hoofdstad in première. In 1744 zagen zijn laatste opera's het daglicht: Rosalinda en Sonate accademiche. In zijn composities daagde hij de conventies van de barokperiode uit, vooral door zijn gebruik van fuga en canon. In zijn slotjaren richtte hij zich op dirigeren. Veracini overleed in 1768 te Florence.