Klarinet

Over de klarinet

Al meer dan 200 jaar heeft de klarinet een vaste plek in het orkest. Het instrument kent vele varianten, elk met een unieke persoonlijkheid. De klankkleur loopt uiteen van de tjilpende piccolo-klarinet tot de zachte basklarinet. De moderne klarinet ontstond in de vroege achttiende eeuw vanuit de chalumeau, een barokinstrument waarnaar het laagste register van de klarinet is vernoemd. De meest gangbare klarinet is de B♭-klarinet, die een prachtig soepele en gemoedelijke toon heeft, waarmee lange en vloeiende melodieën vertolkt kunnen worden. Bijvoorbeeld aan het begin van Finzi’s stralende Klarinetconcert en het langzame deel van Poulencs onweerstaanbare Klarinetsonate. Het instrument heeft echter ook een schalkse kant, wat het geschikt maakt voor licht klassiek, zoals in de slotdelen van Mozarts Klarinetconcert en Klarinetkwintet, of Prkofjevs Peter en de wolf, waarin de klarinet een ondeugende kat portretteert. Ook binnen de jazz heeft de klarinet een sterrenstatus. Onder anderen Benny Goodman en Sidney Bechet veroverden het publiek met het instrument. In het landschap tussen klassiek en jazz, waarvan de grenzen aldoor verschuiven, gedijt de klarinet uitstekend, zoals in Coplands Klarinetconcert (gecomponeerd voor Goodman) en het iconische glissando aan het begin van Gershwins Rhapsody in Blue.