Vioolconcert in E‑majeur

RV 269, Op.  8/1 · “Lente uit De vier jaargetijden”

“De lente is gekomen en de vogels vieren het met vreugdevolle liederen”. Zo begint het sonnet dat het eerste concert van Vivaldi’s De vier jaargetijden inleidt. Vermoedelijk was het sonnet geschreven door Vivaldi zelf, waarbij het verhaal niet alleen bedoeld was om een leidraad te bieden voor de musici, maar vooral ook voor de muzikanten. Zij moeten immers diverse natuurgeluiden imiteren, van vogelgezang tot het blaffen van een hond. Het eerste stuk, ‘Lente’, volgt hetzelfde patroon als alle vier concerten: drie delen (snel-langzaam-snel) leiden tot een reeks sfeervolle vignetten. De uitbundige dans van het openingsdeel, ‘Allegro’, wordt snel onderbroken door de lokroep van vogels. Staccato gespeelde noten bootsen getjilp na, terwijl trillers en toonladders samenklonteren in een wervelende dialoog. Maar dan volgt een interruptie door een soloviool, die een onweersbui inclusief scherpe lichtflitsen vertolkt. Maar die wolken drijven weer over en een vreugdevolle dans barst los. Een fijne bries trekt langs en wiegt het weidegras in het ‘Largo’. Een schaapsherder slaapt, begeleid door een slaaplied op onbegeleide viool, terwijl zijn hond wacht houdt − er ontsnapt een blaf uit de altviool. De lage noten zorgen in het deel ‘Danza Pastorale: Allegro’ voor een drone, die doet denken aan de doedelzakken die de ‘nimfen en herders’ uit het sonnet begeleiden. Hun sierlijke dansen (die contrasteren met de lompe bewegingen in het concert ‘Herfst’) worden dartel uitgevoerd door zowel onbegeleide als in ensemble spelende violen. Over De vier jaargetijden Vivaldi’s De vier jaargetijden is een levendig portret van een jaar op het platteland, maar dan gevangen in geluid. Het werk drukt uiteenlopende fenomenen uit: een plotse onweersbui, de lome hitte van zomer, oogstliederen en dansen (plus het drankgelag dat daarbij hoort). Het in 1725 gepubliceerde werk bestaat uit vier vioolconcerten, die weer het startschot vormen van Il Cimento dell'armonia e dell'invenzione, een verzameling van twaalf concerten. Maar De vier jaargetijden stonden daar altijd al los van: het is beschrijvende muziek uit een tijd waarin abstractie de norm was. Het is filmmuziek uit een tijdperk zonder film. Na publicatie werden de concerten gezien als een gimmick, als een té wilde vernieuwing. Het duurde meer dan 200 jaar voordat deze muzikale ansichtkaartjes een plek vonden in het klassieke repertoire.

Gerelateerde muziekstukken