
- KEUZE VAN DE REDACTIE
- 1987 · 3 tracks · 9 min.
Vioolconcert in g‑mineur
RV 315, Op. 8/2 · “Zomer uit De vier jaargetijden”
De mens kwijnt weg onder de hitte van de zon in ‘Zomer’, het tweede van de vier individuele vioolconcerten uit Vivaldi’s De vier jaargetijden. Het witgeblakeerde landschap dat de hote noten van de violen oproept, wordt in het tweede deel opgeschud door de lokroep van vogels. Het begeleidende sonnet noemt een tortelduif en vink, maar we horen tussen de violen alleen de luie kreten van een koekoek. Een rillerige windvlaag van de solist wint snel aan kracht op de bovenste snaren. Het lijkt even te zijn overgewaaid, maar keert met volle kracht terug om het deel tot een episch einde te brengen. In het centrale deel ‘Adagio’ vreest een herder de naderende storm, waarbij zijn angst is verweven in de melodie van de solist, die dissonantie op dissonantie stapelt. De snaren eromheen fladderen en ballen samen tot insectengezoem − de muggen en vliegen uit het waarschijnlijk door Vivali geschreven begeleidende sonnet. Maar ze worden meedogenloos weggevaagd door het laatste ‘Presto’, als de langverwachte storm eindelijk neerdaalt. “De hemel dondert en bliksemt, hagel verwoest de korenaren en het andere graan”, staat in het sonnet. Zelfs zonder deze verhalende gids zouden we door de pulserende zestiende noten die op en neer door de snaren scheuren geen twijfel hebben. De gewelddadige virtuositeit is zinderend. Het orkest nodigt luisteraars uit tot een krachtige, wervelende dans waaruit geen ontsnapping mogelijk is. Over De vier jaargetijden Vivaldi’s De vier jaargetijden is een levendig portret van een jaar op het platteland. De vier vioolconcerten verklanken onder meer een plotse onweersbui in de lente, de lome hitte van de zomer, oogstliederen en de winterse kou die doet klappertanden. Het verscheen in 1725, als onderdeel van Il Cimento dell'armonia e dell'invenzione, dat twaalf concerten telt. Toch stond het daar ook altijd los van. Dit is beeldrijke muziek uit een tijdperk waarin abstractie de norm was. Het is in wezen filmmuziek, gemaakt voordat film werd uitgevonden. In Vivaldi’s tijd werd het gezien als een gimmick en té innovatief, maar na 200 jaar viel het kwartje en sindsdien behoort De vier jaargetijden tot het standaardrepertoire.