Pianosonate in b‑mineur

S. 178

Liszt rondde Pianosonate in b mineur af in 1853. Op dat moment had hij zijn glansrijke carrière als rondreizende pianist afgesloten, en werkte hij als hofkapelmeester van de Duitse stad Weimar. Pianosonate in b mineur is de eerste pianosonate die is geschreven als één doorgecomponeerd deel. Wel zijn er subsecties te onderscheiden, die door tempoaanduidingen worden gemarkeerd. Schubert had in Fantasie in C majeur (‘Wandererfantasie’) iets soortgelijks gedaan, waarbij hij een thema uit zijn lied ‘Der Wanderer’ in diverse variaties in de doorgecomponeerde secties toepaste. Liszt kende dat werk en bewonderde het. Zijn sonate was een radicale reactie op Schuberts stuk. Liszts sonate duurt 30 minuten, waarbij dat ene deel kan worden onderverdeeld in drie subsecties. De eerste en laatste sectie zijn over het algemeen snel, terwijl de tweede sectie langzaam is en een grote lyrische pracht bezit. Aan het begin worden enkele thematische ideeën gepresenteerd, en die worden in de rest van het werk constant aan variaties onderworpen, waardoor het ene grote deel toch samenhangend is. Anderzijds klinken die ideeën in hun langzame en snelle versies tamelijk verschillend. De première vond plaats in 1857 en werd gegeven door Liszts leerling en schoonzoon Hans von Bülow. Het stuk stuitte op afkeer, waarna de sonate decennia werd genegeerd. Maar tegenwoordig wordt het beschouwd als een virtuoos meesterwerk en als een van Liszts grootste prestaties.

Gerelateerde muziekstukken