Rhapsody in Blue

Gershwins debuutconcert Rhapsody in Blue (1924) ving de toon van het jazz-tijdperk en werd een van de herkenbaarste stukken van de Amerikaanse muziek. De roots gaan terug naar 1923, toen Paul Whiteman, de zelfbenoemde ‘King of Jazz’, Gershwin vertelde over zijn plannen voor een experimenteel concert op het kruispunt van jazz en concertmuziek. Hij nodigde Gershwin uit om een stuk te schrijven voor piano en jazzorkest. Maar de componist was druk bezig met zijn muzikale komedie Sweet Little Devil en vergat het voorstel naar verluidt tot januari 1924, toen hij over het concert las in een krant. Hij ging aan de slag en de première vond plaats op 12 februari 1924 in de Aeolian Hall te New York, met de componist aan de piano, vergezeld door Whiteman en zijn 22-koppige orkest. Het uitgebreide programma was aangekondigd als ‘een experiment in moderne muziek’. Het trok critici en muzikale prominenten aan die Gershwins nieuwe werk toejuichten, ondanks een onvolledige pianosolo en een haastig arrangement door Ferde Grofé. De klarinsetsolo aan het begin – die zijn kenmerkende jammerende glissando kreeg van Whitemans klarinettist Ross Gorman − wordt opgevolgd door een reeks gesyncopeerde bluesy melodieën, die een weelderige, uitgestrekte middensectie inkaderen. Het solodeel leent technieken uit ragtime en de pianostijl stride. Het succes van Rhapsody in Blue leidde tot arrangementen voor volledig symfonieorkest en een afgeslankt theaterorkest, beide door Grofé.