Dvořáks 14 strijkkwartetten zitten vol met de heerlijkste details, van de knipogen naar de volksmuziek van zijn thuisstreek, Bohemen, tot de Haydn-achtige geestigheid die tussen de instrumenten zweeft. Die geestigheid gaat bij uitvoeringen soms verloren, maar door de combinatie van het verfrissende, onsentimentele spel van het Albion Quartet en de superieure opnamekwaliteit komt die hier magistraal naar boven. Dat wil trouwens niet zeggen dat het kwartet de diepere emoties van Dvořák loochent: in het tweede deel van No. 8 zijn passie en reflectie perfect met elkaar in balans. En in het tweede deel van No. 10 hoor je Dvořáks versie van ‘Dumka’, een traditionele Slavische dans waarin melancholie en plezier elkaar afwisselen. Het Albion Quartet kan die fluctuaties moeiteloos aan.