In 1977 speelde de Italiaanse pianomeester Maurizio Pollini de laatste drie pianosonates van Beethoven voor een opname in de Herkulessaal te München. En 42 jaar later keerde hij terug naar deze werken op dezelfde magische locatie. Pollini’s spel heeft in de tussenliggende jaren niets van zijn grandeur verloren. In de studio waren zijn vertolkingen wellicht een tikje te kreukloos, maar hier legde hij Beethovens artistieke worstelingen en technische uitdagingen volledig bloot. Pianosonate nr. 32 woedt als vanouds en met name het tweede deel, ‘Arietta’ en zijn variaties, is verbluffend: rusteloos, zoekend. Pianosonate nr. 30 gaat lyrischer van start, maar Pollini slaagde er steeds in om Beethovens mentale kwellingen door te laten klinken. Het resultaat is dramatisch, wild en gedurfd.