Beethovens 16 strijkkwartetten vormen een oeuvre dat nog steeds geldt als een verzameling hoogtepunten in de westerse kunst. Zijn werk uit de zogeheten middenperiode − de drie ’Rasumovsky’-kwartetten en de individuele werken: het Strijkkwartet nr. 10 opus 74 (ook wel ’Harp’ genoemd) en het Strijkkwartet nr. 11 opus 95 (‘Serioso’) − bevinden zich tussen de vroege, nog traditionele 6 strijkkwartetten geschaard onder opus 18 en zijn transcendentale, baanbrekende latere werken. De ’Rasumovsky’-kwartetten, geschreven voor de Russische ambassadeur in Wenen, zijn geestig, buitengewoon inventief en vertonen welhaast symfonische ambities. Het geringere Op. 74 bezit daarnaast een grote charme. Deze uitvoeringen van het Takács Quartet zijn uitmuntend en vormen een prachtig voorbeeld van waarlijk subliem spel van een strijkkwartet.