Beethovens bagatellen, die hij gedurende zijn hele leven schreef, worden vaak overschaduwd door zijn 32 pianosonates. Maar bekijk je ze nader, dan merk je dat ze net zo inventief zijn. Deze perfecte miniaturen bieden een fascinerende blik op Beethovens artistieke ontwikkeling, waarbij het ragfijne spel van Paul Lewis fungeert als de perfecte gids. De vroege 7 Bagatelles laten een componist horen die zijn vuisten balt: nummer 7 knipoogt naar de latere “Waldstein” sonate, terwijl het springerige nummer 2 niet onderdoet voor de onstuimigheid van Haydn. Beethoven noemde de collectie Op. 119 ‘kleinigheden’ – velen ervan zijn kort (nummer 10 is 12 seconden), maar hun spontaniteit is magisch. De 6 Bagatelles, op. 126 zijn typische late werken van Beethoven – onder hun schijnbare eenvoud schuilen adembenemende raadselen.