Voor Piotr Anderszewski is Bachs Das wohltemperierte Klavier – dat bestaat uit twee boeken, elk met 24 gekoppelde preludes en fuga’s – een eindeloos fascinerend werk. Anderszewski, die voor wat betreft het uitvoeren van Bach op de piano bepaald geen nieuweling is (dit is het vierde album van de Poolse pianist en componist met louter werk van Bach), schenkt ons hier zijn versie van de zogeheten ‘48’. Het werd deels gevormd door zijn ervaring toen hij een van de boeken in een strikte volgorde uitgevoerd hoorde worden. “Het is niet zo dat ik teleurgesteld was door het pianospel, maar wel door de algehele ervaring”, vertelt hij aan Apple Music. “Ik zat in het publiek en luisterde tweeëneenhalf uur lang hoe de stukken chromatisch werden gespeeld. Ik dacht: ‘Volgens mij zijn ze niet bedoeld voor deze opzet’. Maar ik had nog steeds het gevoel dat ik deze stukken wilde spelen en delen.”
Dus Anderszewski stelde een nieuwe volgorde samen voor 12 preludes en fuga’s uit het tweede boek. “Ik koos het tweede boek om diverse redenen”, verklaart hij. “Om te beginnen heb ik sinds mijn jeugd veel meer stukken uit het tweede dan uit het eerste boek gespeeld, dus ik ben er meer mee vertrouwd. Ook werd het tweede boek in veel kortere tijd geschreven en het lijkt erop dat Bach tot op het laatste moment dingen toevoegde en redigeerde. Het is minder samenhangend dan het eerste boek en daardoor voel ik veel meer vrijheid om dit er mee te doen.” Bachs oorspronkelijke Das wohltemperierte Klavier baant zich een weg door de 24 majeur en mineur toonsoorten, beginnend met C-majeur en eindigend met b-mineur, maar Anderszewski’s aanpak is veel subjectiever – en minder logisch. Zijn keus, zo voelt hij, schept iets wat lijkt op de drie delen van een toneelstuk, met contrasterende stemmingen en afwisseling tussen spanning en ontspanning. De algehele vorm is veel verhalender dan het geval is als Bachs strikte volgorde wordt gehanteerd. (Alhoewel het interessant genoeg wel begint en eindigt met dezelfde stukken als het origineel.) “De volgorde van een compositie veranderen doe ik maar heel zelden, want ik ben normaal gesproken tamelijk conservatief. Maar hier dacht ik echt: ‘Waarom hanteer ik geen subjectieve volgorde?’ Ik denk dat het je aanspoort om stuk na stuk te blijven luisteren.”
Het project begon met een groep van zes preludes en fuga’s die Anderszewski combineerde om bij concerten te gebruiken. “Ik experimenteerde daar een hoop mee en toen ik eenmaal tevreden was, voerde ik ze vaak uit”, herinnert hij zich. “Die volgorde was rotsvast, ik dacht dat het heel goed werkte”. Maar er waren 12 preludes en fuga’s nodig om het album te vervolmaken, dus bovenop het half dozijn dat Anderszewski had uitgezocht en goedgekeurd moesten er nog zes worden gekozen. “Een paar maanden voor de opname twijfelde ik nog steeds welke ik zou toevoegen”, zegt hij. “Ik had allerlei volgordes in mijn hoofd die ik logisch vond. Maar ineens klopten ze dan niet meer – er was altijd wel ergens iets mis mee!” Uiteindelijk liet hij zijn hart spreken. “Ik probeerde gewoon de stukken te kiezen waar ik het meest van houd”.
In tegenstelling tot enkele van zijn pianospelende collega’s brengt Anderszewski niet zoveel albums uit. Hoe vond hij het om dit album te maken? “Ik zou niet zeggen dat ik ervan heb genoten”, geeft hij toe. “Gedreven door plichtsbesef wil ik ook niet zeggen want dat klinkt vreselijk, je maakt iets wat de tand des tijds moet doorstaan. En ik neem dit ontzettend serieus. Ik wil er absoluut zeker van zijn dat ik mijn best heb gedaan. Ik wil voelen dat ik iets heb bijgedragen. Ik koos de stukken, maar de stukken hebben mij ook gekozen.”