In 1802 beschreef Beethoven in zijn fameuze ‘Heiligenstädter Testament’ – een brief aan zijn broers Carl en Johann – de mentale kwellingen die zijn toenemende doofheid hem gaf. Ondanks zijn angst dat hij nooit meer zou kunnen componeren was hij in datzelfde jaar duizelingwekkend creatief. Op dit subliem uitgevoerde album grasduint de Franse pianist Jonas Vitaud in enkele van die ongelooflijke pianowerken, die eerder hoop dan wanhoop oproepen. De Variations die het album openen bevatten enkele van Beethovens gedurfdste en geestigste pianocomposities, inclusief een ingenieuze fuga in de slotminuten, terwijl het slotdeel van het sombere Pianosonate nr. 17 in d mineur, op. 31 nr. 2 tot zijn voortreffelijkste creaties behoort. Gekoppeld aan het speelse 7 Bagatelles, op. 33 schildert Vitaud hier een portret van een strijdlustig genie.