Beethoven componeerde zijn Cellosonate nr. 3 in 1808, terwijl zijn persoonlijke leven en Duitsland roerige tijden doormaakten. Europa werd jarenlang geplaagd door de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen en ondertussen verkeerde Beethoven in een welhaast constante wanhoop over zijn toenemende doofheid. Die kwaal dreigde een einde te maken aan zijn verbluffende carrière. Zijn derde sonate fungeert als licht in de duisternis. “Het werk illustreert prachtig dat Beethoven muziek schreef vol positieve gevoelens, glorie, vrede en generositeit, terwijl er zoveel afschuwelijke zaken gaande waren”, vertelt pianist Emanuel “Manny” Ax aan Apple Music. “Wat Manny en mij zo verbaast is dat ondanks dat alles Beethoven het meest optimistische stuk ter wereld componeerde”, voegt Yo-Yo ma toe. Hope Amid Tears - Beethoven: Cello Sonatas ontleent zijn naam aan Beethovens opdracht aan de Duitse aristocraat en cellist Freiherr Ignaz von Gleichenstein: ‘Inter lacrimas et luctum’, oftewel ‘te midden van tranen en verdriet’. Zoals deze muziek meer dan 200 jaar geleden troost verschafte aan Beethoven, zo bezit het in 2021 uitgebrachte Hope Amid Tears dezelfde verbazingwekkende kracht om in moeilijke tijden verlichting te bieden. Alle vijf sonates getuigen van Beethovens eindeloze vindingrijkheid en bezieling. Ze worden gekenmerkt door momenten van diepe schoonheid, sprankelende speelsheid en emotionele diepgang. Er zit troost in deze muziek, maar ook wrede waarheid.
In tegenstelling tot de meeste werken voor cello en piano, waar de pianist een dienende rol heeft ten opzichte van de cellist, zijn in Beethovens buitengewone sonates gelijkwaardige rollen toebedeeld aan beide instrumenten. “Vooral in de derde sonate lijkt het alsof ik Manny’s derde hand ben”, zegt Ma. Dat is wellicht toepasselijk voor een muzikaal duo dat al bijna 50 jaar samen speelt en dat, in de woorden van Ax, “als een oud stel is… We praten amper nog met elkaar. We spelen vooral.” Dit is het tweede album waarop Ax en Ma Beethovens sonates uitvoeren, en het is daarmee de opvolger van Beethoven: Complete Cello Sonatas uit 1987. Kwamen ze in de verleiding om naar dat iconische album te luisteren, voordat ze de studio indoken? Ax ontkent. “We dachten: ‘Als het heel goed klinkt, dan worden we nerveus en lukt het niet om het weer zo goed te doen. En als het heel slecht klinkt, dan worden we depressief!’” Lees verder en laat je door Yo-Yo Ma en Emanuel Ax door alle stukken op hun opwindende tweede poging leiden. Sonata No. 1 in F Major, Op. 5 No. 1
Yo-Yo Ma: “In de eerste twee sonates legt Beethoven zijn kaarten op tafel en demonstreert hij zijn compositorische gaven. Ik denk dat hij met Sonate nr. 1 het universum wil beschrijven. Er zit een zweem van mysterie in en dat kunnen we interpreteren als het raadsel van de ruimte.” Emanuel Ax: “Deze sonate bevat vanaf het begin opzettelijke pogingen om te verrassen. Daardoor heb je geen flauw benul waar je bent of waar je heen gaat. Alles wordt onderbroken en daardoor vraag je je af: ‘Wow, wat komt er nu? Waarom stopt het?’ Een onderdeel van de verrassing is die grootse introductie en het eerste deel, gevolgd door het luchtigere tweede deel.”
Sonata No. 2 in G Minor, Op. 5 No. 2
Ma: “Aan het begin van de tweede sonate beschrijft Beethoven de aristocratische samenleving met langzame, gepuncteerde ritmes die een soort koninklijke processie uitbeelden.” Ax: “Iets anders wat we hier krijgen is typisch voor Beethoven, zijn hele leven lang: zijn ongelooflijke gevoel voor motoriek. Als je bij het ‘Allegro’ komt is er een constante hoge snelheid, vergelijkbaar met het einde van de Zevende symfonie, waar de ongelooflijke ritmes zo versnellen dat het bijna maniakaal wordt.”
Sonata No. 3 in A Major, Op. 69
Ax: “De derde sonate gaat over hoop en optimisme. Het kan worden gezien als Beethovens motto. De componist is hier op zijn positiefst en uit zijn geloof in de mensheid. Het is alsof hij zegt: ‘Ondanks alles zou het zo kunnen zijn. Dit is wat ik verkies te geloven.’ Dat optimisme drukt zijn stempel op het eerste en tweede deel en wordt doorgetrokken tot het feestelijke, optimistische slotdeel.”
Ma: “Als er één stuk bestaat met een perfect evenwicht, dan lijkt Beethoven dat hier te hebben bereikt.”
Sonata No. 4 in C Major, Op. 102 No. 1
Ma: “In het begin zweef je bijna door het universum, want tijdens de hele introductie hoor je een dominant akkoord en besef je dat niet eens, totdat het eindelijk oplost. Het is de muzikale evenknie van plotseling de Hangende tuinen van Babylon zien. Het is de komst van euforie. Ik denk dat dit op bepaalde manieren Beethovens efficiëntste werk is. Het is alsof hij tegen zichzelf zegt: ‘Wat kan ik doen met slechts vier noten?’ De manier waarop hij met zo’n klein aantal noten weet te vernieuwen lijkt op een compositorische puzzel.”
Sonata No. 5 in D Major, Op. 102 No. 2
Ax: ‘Het eerste deel heeft spierkracht. Ja, het heeft een prachtig tweede thema, maar er zit een heel open, empathische mars in dit deel. Het tweede deel bereikt de dieptes van wanhoop – het is op een bepaalde manier net een dodenmars. Het einde van het deel bevat een verbluffende, absolute stilheid waarin niets beweegt. Elke verandering is een evenement, waarin de tijd lijkt te zijn verdwenen en zonder verwijzingen naar een of andere vorm van ritmische aandrijving. De enige manier om dat te beëindigen is met een fuga in het slotdeel, want een fuga is de meest democratische en meest onbegrensde manier om muziek te maken. Het kunnen twee regels zijn, het kunnen 55 minuten zijn. Er zit geen grens aan het aantal stemmen.” Ma: “En deze fuga voelt als een kosmische dans. Een dans van de goden!”
Variations
Ax: “Variaties zijn normaliter een manier voor de componist om zijn virtuositeit te tonen. Dus elke keer dat Beethoven een set variaties schreef, zie je zijn genialiteit. En ik denk dat het ook zo is bij deze drie sets.” Ma: “Deze variaties zijn als een fusie tussen formele, geschreven muziek en geïmproviseerde jazz. Beethoven was een ongelooflijke improvisator. De beste klassieke tradities komen in feite voort uit het vermogen om te spelen en improviseren. Als we beide vaardigheden blijven combineren bij het opleiden van musici, dan boren we de creativiteit en ambitie aan van iemand als Beethoven.”