Een van de grootste uitdagingen bij het maken van een album met barokmuziek is het enorme aantal werken waar je uit kunt kiezen. Wat de Schots-Italiaanse violist Nicola Benedetti betreft moet elke muzikale viering van de 18e eeuw werk bevatten van Vivaldi, de grootse Italiaanse componist die ruim 500 vioolconcerten schreef. “Je moet door een hoop werk heen ploegen!”, vertelt ze aan Apple Music. “Ik hou echt van Vivaldi en ter voorbereiding luisterde ik naar honderden van zijn concerten.” Op Baroque kiest ze er vier uit en vult ze die aan met werk van de minder bekende Francesco Geminiani, wiens Concerto Grosso een arrangement is van een thema met variaties van Corelli. “Het werk van Corelli is een favoriet van zoveel jonge mensen die leren spelen”, zegt Benedetti. “Maar Geminiani’s versie voert je naar extremen die je niet in die van Corelli aantreft. Het is echt een stuk gedurfder.”
Benedetti beschrijft barokmuziek als een omhelzing van “expressieve buitensporigheid”, ontstaan in een tijd waarin kunstenaars, componisten en architecten de grenzen opzochten van hun verbeelding. Vooral in het Venetië, Napels en Rome van de 18e-eeuw waren opwinding, passie en schoonheid de bouwstenen van zowel seculiere als kerkmuziek. “De uitdaging bij deze muziek is om genoeg te doen en om het lef te hebben om genoeg te doen”, geeft Benedetti toe. Ze voegt toe dat Vivaldi − een man bij wie barok door de aderen vloeide − haar de moed gaf die ze nodig had om avontuurlijk te zijn. Ze wordt daarbij geholpen door een uitmuntend team met de beste Britse muzikanten op historische instrumenten, waaronder Kati Debretzeni en Matthew Truscott van het Orchestra of the Age of Enlightenment, plus de gevierde continuospelers Elizabeth Kenny (luit) en Steven Devine (klavecimbel), die allemaal energie en vitaliteit toevoegen aan de texturen. “Met hen musiceren was leerzaam”, verklaart de violist. “Ze nemen de geschiedenis mee van alle verschillende ensembles met wie ze hebben gespeeld. Ik kijk constant naar wat mijn muzikanten precies doen. Ik kijk naar hun ogen en zie hoe ze dingen articuleren, en dan moet ik proberen om in hun klankwereld te komen. Je moet zoveel absorberen.” Dat proces garandeert een tintelend album waarop een opwindende en intuïtieve uitwisseling van muzikale ideeën plaatsvindt. Lees verder en laat je door Benedetti door alle composities van het album leiden.”
Concerto Grosso in D Minor, H. 143 “La Folia”
“Dit is een thema met variaties gebaseerd op een historisch en populair akkoordenschema voor de bas. Het thema dat boven op de basso ostinato speelt, klinkt als een sarabande en heeft een heel somber gevoel. Je kunt je bijna voorstellen dat er een gemaskerd bal plaatsvindt, het heeft zo'n misterioso-sfeer. Er zijn veel variaties − voor dit type werk is het vrij lang − en één of twee zijn veel langzamer, waardoor ze je naar een andere wereld voeren. Geminiani verlegt de grenzen van hoe ver je van een thema kunt afdwalen, voordat het officieel geen variatie meer is op dat thema!”
Violin Concerto in D Major, RV 211
“Vivaldi heeft veel concerten in D-majeur gecomponeerd. Die toonladder betekende iets voor hem, en hij gebruikte hem altijd op een heel heldere manier. Aan het begin van dit concert kun je je voorstellen dat de deuren openzwaaien, als in het begin van een optocht. Ik stel me altijd voor dat er dan trompetten komen, in plaats van een viool! Het werk bevat de gebruikelijke drie delen, waarbij het tweede deel intiem is en het derde deel jachtig aanvoelt. Er zijn veel zestiende noten, er is veel lichtheid en virtuositeit.”
Violin Concerto in E-Flat Major, RV 257
“Vanaf het begin bevat het openingsdeel een soort motor dat het stuk voortdrijft en dat wordt gespeeld door de altviolen. Het solodeel is tamelijk lyrisch, maar ook heel speels. Enkele van de frases bevatten zijn gebruikelijke sequenties. Maar dan barst de muziek plotseling uit in iets wat extreem melodieus is. Het tweede deel heeft een langzaam tempo, het voelt aan als galopperen. Het ritme van lange en korte noten is tamelijk eenvoudig, maar het is absoluut een van mijn favoriete dingen om te spelen. Het slotdeel heeft een driedelige maatsoort en we proberen het zo ruw mogelijk te spelen.”
Violin Concerto in B Minor, RV 386
“Ik hou van het thematische materiaal van het vioolconcert in B-mineur, maar het zijn vooral de solo’s die dit deel wat mij betreft tot leven wekken. Vivaldi schrijft versieringen, arpeggio’s en sequenties waarin de voortdurende en snelle zestiende noten voor beweging zorgen. Maar er is een moment in het openingsdeel, een minuut voor het einde, waarop de tijd stil lijkt te staan. En dan stappen we opeens een wereld vol percussie binnen dankzij de meest dramatische en krachtigste muziek die maar mogelijk is. Het voelt bijna aan als popmuziek. Het tweede deel is als een uitgeschreven improvisatie. Het zou me niet verbazen als Vivaldi simpelweg wat willekeurige improvisaties uitvoerde en daarna opkrabbelde wat hij had gespeeld! Het slotdeel is als een achtervolging van zestiende noten waarin elke maat naar de volgende rent.”
Violin Concerto in B-Flat Major, RV 583
“Ik maakte mezelf gek door te luisteren naar de opname van [de Italiaanse violist] Giuliano Carmignola van dit deel. Ik heb niet het gevoel dat ik zijn niveau heb bereikt, maar ik heb mijn best gedaan. Ik hou zielsveel van dit deel. Het heeft in essentie de vorm van een thema met variaties, maar het lijkt uit de ziel van een engel te komen. Het is gewoon fenomenaal.”