Frédéric Chopin en Sergej Rachmaninov waren beiden meesterlijke pianisten. Daardoor zijn hun cellosonates zowel een feest voor de cello als voor het klavier. Cellist Jean-Guihen Queyras en pianist Alexander Melnikov passen hun aanzienlijke ervaring toe bij de authentieke vertolkingen op dit album. Voor het stuk van Chopin gebruikt Melnikov een 19e-eeuwse piano van de Fransman Sébastien Erard. Wellicht is dat het type piano dat werd bespeeld bij de première van het werk tijdens een besloten Parijse soiree in 1847. De rondere, subtielere tonen passen in ieder geval bij die omgeving. De helderheid van de piano brengt de complexiteit van Chopins melodieën meer naar boven dan het geval zou zijn bij een moderne vleugel. Melnikov heeft deze prachtige piano helemaal onder controle en zorgt ervoor dat hij voldoende ruimte biedt aan de romige tonen die Queyras uit zijn cello van Gioffredo Cappa uit 1696 haalt. Voor het werk van Rachmaninov, dat in alle opzichten grootser is, nam Melnikov plaats achter een moderne Steinway-piano. Het rijkere, directere geluid daarvan is vergeleken met de Erard-piano welhaast orkestraal. Rachmaninovs door Chopin beïnvloede sonate, die aanvoelt als een miniatuurconcert, wordt uitgevoerd met veel elan.