Frédéric Chopin

Stations

Biografie

De piano was voor Frédéric Chopin een muzikale zielsverwant, een emotionele uitlaatklep. In het creatieve universum dat hij in zijn ruim 260 stukken schiep, is de piano onloochenbaar het muzikale centrum. In zijn geboorteland Polen werd Chopin gezien als een wonderkind, waarna hij verhuisde naar Parijs en bewondering oogstte in aristocratische kringen met zijn optredens in de salons. Opmerkelijk genoeg gaf Chopin, die wordt beschouwd als een van de beste pianisten ooit, slechts zo’n 30 publieke optredens. Hij voelde zich niet op zijn gemak bij de aanwezigheid van publiek: “Vanwege de gretige adem en nieuwsgierige blik raak ik verlamd, de onbekende gezichten leggen me het zwijgen op.” Chopin vergde veel van de techniek van pianisten, maar wie die uitdagingen kan trotseren, kan dankzij werken als 12 Études à son ami Franz Liszt (1829-1832) en 12 Études à son amie Mme la Comtesse d'Agoult (1832-1835) nieuwe hoogtes van poëtische fantasie bereiken. Ook transformeerde en vernieuwde hij drie populaire dansgenres: de Poolse polonaise, de mazurka (hij omschreef zijn mazurka’s als afkomstig van “een hart dat van binnen was gescheurd”) en de Weense wals. Zijn stormachtige relatie met de vrouwelijke auteur George Sand (het alias van Amantine Lucile Aurore Dupin) spoorde hem aan tot Préludes, dat uit 24 stukken bestaat die zeer uiteenlopende gemoedstoestanden verklanken. Het is nog steeds een invloedrijk werk, bijvoorbeeld voor het Russische buitenbeentje Alexander Scriabin.