In 1734 werden Händels 6 Concerti Grossi aan elkaar genaaid uit bestaande werken, waarschijnlijk zonder zijn medeweten. Accademia Bizantina benadrukt de uitstekende kwaliteit van hun melodische vindingrijkheid en muzikale diversiteit, waarbij het ensemble vanachter de piano wordt gedirigeerd door Ottavio Dantone. Het gezelschap maakt de opvallend consistente kenmerken hoorbaar van de stukken die geschreven zijn tussen circa 1712 en 1724. Ze brengen de Italiaanse passie en joie de vivre van de muziek naar boven, zwelgen in het aanzwellende ritmische elan van Händels vlotte allegro’s, en laten zijn lyrische, langzame delen zich gracieus en charmant ontvouwen. Deze uitvoeringen – en in het bijzonder van nummers vier en vijf van 6 Concerti Grossi – zijn een masterclass in het vormgeven van meeslepende retorische gebaren in barokmuziek. De opname bevat een onweerstaanbare energie en flair, waarvan Händel zeker zou hebben gehouden.