Hoewel Bach geen werken specifiek voor gitaar schreef, onderstreept Thibault Cauvin dat zijn muziek ook prachtig kan klinken op dat instrument. Hij speelt Partita nr. 2 voor onbegeleide viool met een onthullende introspectie, waardoor hij met name in het slotdeel ‘Ciaccona’ een indrukwekkend subtiele toon en frasering bereikt. Het befaamde Toccata en Fuga in d-moll voor orgel wordt met een indringende intimiteit vertolkt, waardoor de essentie van dit stuk wordt onthuld, die zo vaak wordt gesmoord in groteske grandeur. Bewerkingen van preludes voor cello en klavier door Cauvins broer Jordan benadrukken eveneens de reikwijdte van de Franse gitarist qua klankkleur en speelwijze. Uit alles blijkt zijn diepgaande affiniteit met de geest van Bachs muziek.