“Ik ben er vast van overtuigd dat ik mensen verliefd kan laten worden op deze stukken”, zegt pianist Krystian Zimerman over zijn opname van twee pianokwartetten van Brahms. Maar hij voegt toe, dat deze magische composities tot het minder bekende repertoire van Brahms behoren. Hoewel hij uit een muzikale familie komt waar regelmatig kamermuziek werd gepeeld, verklaart hij: “Als kind heb ik dit nooit gehoord”.
Een mogelijke reden hiervoor is misschien, volgens Zimerman, dat elk instrumentaal deel de techniek en artisticiteit van een concertsolist vereist. Maar de voordelen liegen er dan ook niet om. “Het is ongelofelijk krachtige muziek, de beste kamermuziek die ik ken. Het is dramatisch, soms hartverscheurend en de langzame stukken zijn schitterend.”
Als ze, zoals hier, door een uitmuntend gezelschap worden gespeeld is het resultaat fascinerend. Er is de diepe passie van Pianokwartet nr. 3. Het stormachtige drama hiervan ligt vooral in het prachtige en troostende derde deel 'Andante' waarin alle spelers hun eigen moment van expressieve, lyrische schoonheid toebedeeld krijgen. Daarentegen kent het meer pastorale, bespiegelende Pianokwartet nr. 2 uit 1862 momenten van gekwelde zelfbeschouwing. Dit komt op een overtuigende manier naar voren in Zimermans spookachtige arpeggio's, die de rust van het tweede deel, 'Poco adagio' verstoren om vervolgens los te barsten in een gepassioneerd thema.
Zimerman ontdekte deze stukken aan het eind van de jaren 70, tijdens een van zijn bezoeken aan de legendarische pianist Arthur Rubinstein. “We hadden gewerkt aan het eerste pianoconcert van Brahms, en toen liet hij me zijn opname horen van de pianokwartetten met het Guarneri Quartet. Daar was hij heel trots op, zijn laatste opname. Ik was verbluft, en werd op slag verliefd op die kwartetten.”
Voor zijn eigen ultieme Brahms-team vroeg Zimerman drie geweldige jonge musici: violist Maria Nowak, altviolist Katarzyna Budnik en cellist Yuya Okamoto. Samen gingen ze veel met de kwartetten op pad, bijvoorbeeld op een onvergetelijk concert in Japan: “We speelden in Hyogo tijdens een van de grootste tyfoons. Dat was een ongelofelijke ervaring voor me, want de tyfoon raasde boven onze hoofden terwijl wij binnen (het stormachtige) Kwartet nr. 3 speelden. Dat klonk opeens heel anders, en zo groeide de muziek in onze verbeelding”.
Vervolgens doken ze de opnamestudio in en werkten daar vier dagen lang aan de kwartetten. Toch werd uiteindelijk gekozen voor de liveopname van het concert dat ze hadden gegeven net voor die ietwat uitdagende sessie. “In een concert is er continuïteit en een voortgaande beweging die je niet in de studio kunt terughalen”, legt Zimerman uit. “In de studio ben je al snel kwijt waarom je iets op een bepaalde manier speelde. Maar tijdens het concert ging gewoon de beuk erin.”