Krachtig, ongetemd en expressief – dit is niet de gebruikelijke zachte, impressionistische Debussy. De Belcea's maakten hun debuutopname van Debussy's kwartet al in 2001. Hier, met enkele wijzigingen in de bezetting, keren ze terug naar dat werk en klinkt hun interpretatie directer en voller. Ze spelen nooit zwaar of stijf – het levendige, luchtige tweede deel 'Assez vif et bien rythmé' illustreert prachtig hun discipline én gevoeligheid als ensemble. Tegelijkertijd overstijgt de diepgang in het langzame derde deel – om nog maar te zwijgen van de pure schoonheid van de expressieve frasering van de Belcea's – hun eerdere opname.
Door deze kwaliteiten voelen de twee minder bekende werken van Szymanowski als een natuurlijke voortzetting van Debussy's baanbrekende strijkkwartet. De Belcea's leggen ook het erotische gevoel in deze stukken bloot: nr. 1 opent als een grote, sensuele zucht, en in de daaropvolgende muziek weerklinken elementen van post-Wagneriaanse verlangens. Dit mondt vervolgens uit in een betoverende liefdesmelodie die het langzame middendeel opent. De gespannen en verrassend onevenwichtige dans waarmee Szymanowski dit werk afrondt, wordt briljant tot leven gebracht.
Szymanowski's Tweede laat zich inspireren door Poolse volksmuziek en begeeft zich zelfs af en toe op Bartók-achtig terrein. Er zijn ook expressionistische elementen te horen, zoals de angstaanjagende opening van het middendeel, die de daaropvolgende onheilspellende dans overschaduwt. In het slotdeel varen de Belcea's een krachtige koers van de troosteloze opening naar een hoopvoller einde.