
- KEUZE VAN DE REDACTIE
- 1990 · 4 tracks · 1 u. 6 min.
Symfonie nr. 7 in E‑majeur
WAB 107 · “De Lyrische”
Bruckner zei dat de opening van tot hem kwam in een droom. Het is verleidelijk om hem te geloven. De lange, welvende melodie lijkt naar de hemel te reiken, maar uiteindelijk wordt de koers verlegd en doemen er schaduwen op. Het lange openingsdeel vergt enig geduld, maar dat wordt beloond met het stralende en verzoenende coda. Aan de ene kant is het een uitdrukking van Bruckners intense Rooms-Katholieke geloof, anderzijds ademt de muziek zijn liefde voor het Oostenrijkse platteland en de Alpen. In het glorieuze ‘Adagio’ vindt een rouwproces plaats, wat eindigt met een prachtig eerbetoon aan Bruckners held Wagner (waarin een zogeheten wagnertuba wordt gebruikt). Bruckner was een liefhebber van dorpse dansmuziek en dat klinkt door in het prikkelende ‘Scherzo’, waarna de symfonie ten einde komt met het wellicht opgewektste slot in zijn oeuvre. In de slotmaten keert het hoofdthema uit het begindeel terug. Bruckner laat zich niet opjagen en, zoals zo vaak het geval is in zijn symfonieën, zijn er pauzes en plotse veranderingen van richting die nieuwe luisteraars kunnen verwarren. Maar zet door, dan ontdek je dat de eindbestemming de reis rechtvaardigt. In dit werk worden uiteenlopende emoties uitgedrukt, maar uiteindelijk zegeviert vreugde.