
- KEUZE VAN DE REDACTIE
- 1995 · 4 tracks · 52 min.
Symfonie nr. 9 in C‑majeur
D 944 · “De grote”
Hoewel Franz Schubert Symfonie nr. 9 afrondde in 1826, werd het stuk in de laatste twee jaren van zijn leven niet publiekelijk opgevoerd. In die tijd werd het stuk gezien als technisch zo uitdagend (en de duur van 55 minuten zo lang), dat het praktisch onuitvoerbaar was. Maar die reputatie veranderde toen Schumann in 1838 Wenen bezocht en Ferdinand Schubert (Franz’ broer) hem de partituur liet zien. Schumann was onder de indruk en liet het weer zien aan Mendelssohn, die in 1839 de eerste publieke vertolking van het stuk verzorgde in het Gewandhaus te Leipzig. Het werk kwam bekend te staan als ‘De grote symfonie in C-groot’, om het zo te onderscheiden van Schuberts Symfonie nr. 6, met als bijnaam ‘De kleine symfonie in C-groot’. Na verloop van tijd werd die onofficiële bijnaam van Symfonie nr. 9 gezien als een toepasselijk eerbetoon aan de epische dimensies en vindingrijkheid van het werk. Het eerste deel begint met een stille en onbegeleide introductie van twee eenstemmige hoornen, die een overweldigend gevoel van ruimte en uitgestrektheid oproept. De primaire sectie van het deel ‘Allegro ma non-troppo’, wordt opgevolgd door het tweede deel, ‘Andante con moto’ in a-mineur, en vervolgens door het tumultueuze ‘Scherzo’. De nietsontziende energie van het slotdeel, ‘Allegro vivace’, wordt ondersteund door herhaalde en indringende figuren op strijkinstrumenten. Dat is wat de symfonie de kwalificatie ‘onspeelbaar’ opleverde, en ook vandaag de dag vinden muzikanten het ongebruikelijk veeleisend.