Celloconcert nr. 1 in C‑majeur

Hob.  VIIb/1

Haydns Celloconcert nr. 1 werd gecomponeerd in de vroege jaren 1760, tijdens de eerste jaren dat hij schreef voor de immens rijke familie Esterházy, voor wie hij de rest van zijn carrière zou werken. De cellist van het orkest van de familie, Joseph Weigl, was de solist. Waarschijnlijk speelde hij ook de solo’s van de symfonieën, die Haydn rond dezelfde tijd componeerde. En daar zou het twee eeuwen bij blijven. De partituren voor het concert raakten zoek, en het werk was alleen bekend uit een catalogusvermelding, totdat in 1961 in Praag een kopie opdook. Het jaar daarop bracht cellist Miloš Sádlo het werk triomfantelijk opnieuw in première met het Tsjechoslowaaks Radio Symfonieorkest onder Charles Mackerras. Tegenwoordig is het een van Haydns populairste werken. De barokke statigheid van het openingsdeel contrasteert met de melodische uitbundigheid van het ‘Adagio’ en het behendige slotdeel. Voor cellisten is het concert als geheel even uitdagend als verrukkelijk.

Gerelateerde muziekstukken