Aangezien Schubert tijdens het afronden van Octet leed aan zware mentale en fysieke pijn is het verrassend dat het werk zo zonnig en optimistisch is. Met een speeltijd van iets meer dan een uur is Octet het langste kamerwerk van de Oostenrijkse componist − en zijn meest bevlogen. Met slechts acht instrumenten schept Schubert een openingsdeel met de impact van een symfonie van Beethoven, waarbij de ideeën pingpongen tussen de strijkers en blazers en tussen de bassen en hoge tonen. Het ‘Adagio’ is een subliem stuk voor klarinet dat met zijn subtiele schoonheid het raffinement van Mozart oproept, terwijl het uitbundige scherzo in het midden, de statige variaties en een zachtaardig menuet uitmonden in een intens dramatische finale die vooruit lijkt te wijzen naar Wagner. Het verbluffende spel van deze topmusici leidt vervolgens tot een perfecte opname vol humor, passie en charme.