Ravel bracht het grootste deel van zijn leven door in Parijs, maar is geboren in de Baskische regio bij de grens tussen Frankrijk en Spanje. Op dit album komt de componist thuis, want zes van zijn grootste orkestrale meesterwerken worden vertolkt door het Basque National Orchestra. Het album begint met de bruisende energie van ‘La Valse’, een satirische, naoorlogse blik op de Weense wals. Vervolgens wordt Ravels liefde voor Spanje verkend in onder meer ‘Alborada del gracioso’, met gitaar-achtige pizzicato’s, castagnetten en glinsterende strijkers, gevolgd door het prachtig georkestreerde en eindeloos fantasierijke Rapsodie espagnole. Ravels ontroerende ‘Pavane pour une infante défunte’, geïnspireerd door Velázquez’ portret van een Spaanse prinses, demonstreert het rijke geluid van het orkest, terwijl zijn befaamdste werk, ‘Bolero’, het album afrondt met hypnotiserende ritmische controle en een laatste golf van euforie.