Frank Bridge begon in 1913 met schrijven aan zijn Cellosonate. Dat was het laatste volledige jaar van vrede voordat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Truls Mørk weet elke druppel schrijnende emotie uit het openingsdeel te halen, dat dient als gepassioneerde opmaat tot de meer introspectieve en verontrustende wereld van een deel dat is geschreven tijdens de oorlog: ‘Adagio’. Het is een turbulente passage – een soort vloedgolf van muzikale onrust. Benjamin Britten, de bekendste student van Bridge, schreef zijn eigen Cellosonate gedurende een relatief rustige periode tijdens de Eerste Wereldoorlog. Mørk en zijn vertrouwde samenwerkingspartner Håvard Gimse voeren de muziek uit met een welhaast telepathische artisticiteit. Het kolossale, veelkleurige geluid van de cellist voegt veel toe aan Debussy’s Cellosonate, dat ook een product is van de zogeheten 'Grote Oorlog'. Die verrijking treedt met name op bij het centrale deel, ‘Sérénade’, en de poëtische wendingen van Leoš Janáčeks Pohádka (‘Sprookje’).