

Voor veel musici voelt het opnemen van de meesterwerken van Johann Sebastian Bach als een overgangsrite − de cellosuites, Das wohltemperierte Klavier, zijn werken voor soloviool. De stukken worden vaak benaderd als de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld, alleen te beklimmen als het precies goed voelt voor de artiest. Vervolgens kan dat leerproces worden afgerond met een monumentaal album. De IJslandse pianist Víkingur Ólafsson vindt dat zijn tijd is aangebroken voor de Goldbergvariaties van Bach. “In februari 2024 word ik 40 jaar, wat betekent dat ik de Goldbergvariaties al een decennium voor publiek speel”, vertelt hij aan Apple Music. “Het lijkt niet zo hoog qua leeftijd, maar nu lees ik het stuk toch anders dan toen ik 30 was.” Hij vervolgt: “Voor mij zijn de Goldbergvariaties als een encyclopedie over hoe je kunt dromen op een klavier. Het is als een brief in een fles, die Bach in 1741 op de Atlantische Oceaan liet drijven in de hoop een publiek te vinden. En verbazingwekkend genoeg, heeft het dat ook gevonden.” Het is verleidelijk om te suggereren dat Ólafssons opname van de Goldbergvariaties een keerpunt in zijn opnamecarrière betekent. Zijn vorige albums voor Deutsche Grammophon bevatten immers allemaal zorgvuldig samengestelde, zeer originele recitals (waaronder Mozart & Contemporaries en From Afar). Daaronder bevinden zich geen zelfstandige grote werken. Ólafsson ziet de Goldbergvariaties echter niet alleen als een van Bachs grootste afzonderlijke stukken voor klavier, maar ook als het ultieme programma: een reeks variaties met een eigen verhaal, een eigen pad. Dus beginnen we bij het begin, met wat Ólafsson omschrijft als “de aria der aria’s, een van de mooiste klavierstukken ooit geschreven en een ode aan de geboorte”. Wat volgt zijn 30 variaties, elk gebouwd op dezelfde eenvoudige harmonische structuur van die aria. “Bach laat ons zien dat je in het DNA van deze aria onbeperkte expressie kunt vinden”, zegt hij. “Het genoom behelst in zekere zin de schoonheid van het leven, en ik ben van mening dat dit stuk behoort tot de meest biologische creaties in de klassieke muziek." Het leven strekt zich uit over de Goldbergvariaties. De eerste 14 variaties, zo legt de Ólafsson uit, zijn in dezelfde kalme, rustgevend klinkende toonsoort als de aria zelf: G-majeur. “Je zou er een metafoor in kunnen zien voor een gelukkige jeugd, waarin je niet hoeft te worstelen”, vertelt Ólafsson. Bij de vijftiende variatie verandert alles. De stemming slaat om en wordt donkerder, het tempo vertraagt. “Niets bereidt je erop voor. Het zet alles op zijn kop en eindigt op ongelooflijk open wijze met de open vijfde, elke noot zo ver uit elkaar als je je maar kunt voorstellen op een klavier, op een lage G en de hoge D.” Ólafsson schetst een beeld van wedergeboorte met de zestiende variatie, geschreven in de stijl van een Franse ouverture. Dat stuk heeft de uitbundigheid van opera. “Je stuitert terug en treft nogmaals deze onvoorstelbaar vreugdevolle variaties en canons, allemaal in G-majeur.” Het patroon van diepe tragedie gevolgd door pure vreugde wordt herhaald door de 21 variatie en 25e variatie, voor de thuiskomst bij de 30e variatie. Deze laatste variatie is waar Bach de held verwelkomt met een quodlibet: een combinatie van bekende wijsjes. In dit geval zijn het twee traditionele folkloristische nummers die regelmatig werden gezongen tijdens bijeenkomsten van de familie Bach. En dan keren we terug bij de aria. De reis is voltooid. “Het interessante aan de aria is dat de noten hetzelfde zijn, maar tegelijk ook niet”, zegt Ólafsson. “Alles is volledig veranderd. Ik denk dat als je het na 75 minuten weer hoort, je het gevoel hebt dat Bach je de kans heeft gegeven om iets te ervaren dat het einde van het leven benadert. Telkens als ik de laatste aria speel, of dat nu in de studio is of tijdens een uitvoering, breekt er iets in mij. Ik wil niet dat het eindigt. Ik voel angst voor het laatste akkoord en de stilte die erop volgt.” Het is makkelijk om te vergeten dat die stilte een belangrijke rol speelt in de Goldbergvariaties en dicteert hoe elke variatie in de volgende overloopt. Zo schept de stilte naadloze overgangen of dramatische pauzes. Ólafsson: “Ik had zoveel plezier met beslissen hoeveel microseconde elke variatie zou beginnen na de vorige.” Het is cruciaal dat elke uitvoering routine vermijdt, bedoelt hij, dat je niet simpelweg de ene na de andere variatie speelt. “Dat moet niet het overheersende gevoel zijn”, zegt hij. “Het moet niet routineus worden afgewerkt.” Dus hoe moeten we luisteren naar Bachs Goldbergvariaties? “Net zoals de uitvoerder zijn of haar Goldbergvariaties moet vinden, moet het publiek dat ook”, zegt hij. Ólafsson pleit ervoor om er gewoon in te duiken. “Het beste wat je kunt doen, is om er meteen 's ochtends naar te luisteren. Elke dag gedurende een maand. En kijk dan waar je bent op de eerste dag van de volgende maand. Je zult je anders voelen en anders denken over dit stuk.” “Ik beloof je dat je veel nieuwe ideeën zult hebben, en heel veel liefde voor deze muziek.”
6 oktober 2023 32 tracks, 1 uur 14 minuten ℗ 2023 Deutsche Grammophon GmbH, Berlin
PLATENLABEL
Deutsche GrammophonOp dit album
Productie
- Christian BadzuraUitvoerend producent
- Christopher TarnowProducent
- Christopher TarnowEditing engineer, Opname-ingenieur, Mixing engineer, Mastering engineer
- Michel BrandjesPianotechnicus