Martin Luthers protest tegen de corruptie in de Rooms-Katholieke kerk was nog niet echt aangeslagen toen Giovanni Pierluigi da Palestrina in 1525 werd geboren. Palestrina’s Missa Papae Marcelli (Paus Marcellus Mis) die hij 35 jaar later componeerde, werd het schoolvoorbeeld van hoe hervormde kerkmuziek moest klinken: puur, zonder storende ruwe dissonanten en bovenal helder in het overbrengen van liturgische teksten.
Stile Antico laat goed horen waarom zovelen deze mis beschouwden als de redding van de kerkmuziek. Zingend in een kring, zonder dirigent, lijken de zangers de muziek zelf te worden, alle stemmen in evenwicht en harmonieus met elkaar versmeltend. Er is zwaarte op momenten waarop dat nodig is, maar ook een adembenemende subtiliteit. Dat laatste klinkt vooral in het 'Qui tollis' van de 'Gloria'; het eerste in het extatische slot van Tu es Petrus.