In dit gevarieerde concert plaatst dirigent Franz Welser-Möst La valse, de weelderig verleidelijke maar tegelijkertijd macabere ode van Ravel aan Wenen, in een interessante context. En wie kan dat nu beter uitvoeren dan het ultieme orkest van Wenen?
Allereerst is er Hindemiths Konzertmusik für Blasorchester, gecomponeerd in 1926 voor een Duitse legerfanfare. De hout- en koperblazerssectie van de Wiener Philharmoniker – de laatstgenoemde met een gepolijst geluid – geven een onderhoudende vertolking ten beste van dit gekscherende, onstuimige werk.
Het koperblazersthema dat de symfonische fantasie op de opera Die Frau ohne Schatten van Richard Strauss opent, slaat een mooie brug tussen het Hindemith-stuk en de zijdezachte strijkers die volgen, met verve gespeeld door de Weense strijkerssectie. Wat daarop volgt is je reinste Strauss-magie, met harp en twinkelende percussie die de fladderende harmonieën van extra glitter voorzien.
Meer orkestrale hoogstandjes dienen zich aan in de vorm van Schoenbergs Variaties voor orkest. In de sfeervolle opening van dat stuk, evenals in de reeks levendige vignetten die erop volgen, wordt elk element haarscherp uitgevoerd onder de nauwgezette regie van Welser-Möst.
Zijn vertolking van Ravels La valse laat, hoewel vol evenwicht, de weelderigheid van het stuk volledig tot zijn recht komen – vooral met de harp en duizelige strijkpartijen – en alle spanning en angstgevoelens werken onverbiddelijk toe naar een woest einde, dat beloond wordt met een daverend applaus.