Symfonie nr. 6 in A‑majeur

WAB 106 · “De Filosofische”

Tijdenlang werd Symfonie nr. 6 (1881) van Bruckner gezien als de minst geliefde van zijn zes laatste symfonieën. Het werk werd bovendien omgeven met raadsels. Velen vinden met name het einde lastig te interpreteren. Veel van Bruckners symfonieën eindigen met een soort uitroep van vitaliteit, maar dat ontbreekt bij Symfonie nr. 6. Bruckner zat in een artistieke crisis. De première van Symfonie nr. 3 in 1877 was een catastrofe: mensen verlieten de zaal. De twee daaropvolgende symfonieën werden niet eens uitgevoerd. Vervolgens wachtte Bruckner twee jaar met het schrijven van Symfonie nr. 6. Ook privé ging het hem niet voor de wind, want tegen zijn wens in bleef hij ongetrouwd. Desondanks gaat het eerste deel vrij hoopvol van start, met een levendig dansant ritme. Toch verschijnen er al snel schaduwen. Het daaropvolgende ‘Adagio’ zit vol wanhoop en frustratie, al domineert een gevoel van berusting het coda. Het adembenemende ‘Scherzo’, wellicht een inspiratiebron voor de latere werken van Mahler, leidt tot een van Bruckners meest verbazingwekkende passages. Dit deel, ‘Finale: bewegt, doch nicht zu schnell’, start en stopt aldoor. Je zou kunnen zeggen dat Bruckner probeert om aan zijn rooms-katholieke geloof vast te houden, alhoewel er aldoor vraagtekens en tegenwerpingen opdoemen. Maar ook als je zonder deze achtergronden mee te wegen naar Symfonie nr. 6 luistert, hoor je een op zichzelf staand ontroerend en overtuigend verhaal.

Gerelateerde muziekstukken