Natalya Romaniw, de Welshe sopraan met Oekraïense wortels, offreert een glorieuze collectie van Slavische liederen, gezongen in het Russisch en Tsjechisch. Het album is fantasievol opgezet en omhelst zowel vertrouwd terrein (Rachmaninovs “Sing Not, O Lovely One”) als het meer obscure (Vítězslav Nováks A Tale of the Heart). Romaniws weelderige, fluwelen sopraan is zeer geknipt voor dit repertoire en ze toont grote affiniteit met de meer melancholische liederen. In Dvořáks Love Songs, Op. 83 legt ze een geweldige passie, en haalt het beste uit Janáčeks Moravian Folk Poetry in Songs. Lada Valešová is op piano een uitstekende partner.