Bas-bariton
Over bas-bariton
Als een operacomponist een vocalist nodig heeft met zowel de lage tonen van een bas als de ondersteunende kracht, de behendigheid en het bereik van een bariton, dan is er een vacature open voor een bas-bariton. Het gaat net zozeer om klankkleur als bereik: bas-baritons hebben een vocale rijkdom die niet zo donker is als een diepe bas en die ook niet zo schel klinkt als een bariton. Als een mannelijk operapersonage veel te vertellen heeft − en meer is dan een eendimensionale schurk of clown − is de kans groot dat deze door een bas-bariton wordt vertolkt. De geestige held van Mozarts Le nozze di Figaro is dan ook een rol voor bas-bariton. Hetzelfde geldt voor de hartverscheurende Escamillo in Bizets Carmen en Baron Scarpia in Puccini’s Tosca (een schurk, maar wel een met hersens). Gilbert en Sullivan lieten enkele van hun grappigste personages spelen door bas-baritons. Tot de ultieme bas-baritonrollen behoren de complexe, moreel tegenstrijdige creaties van Wagner − de gekwelde oppergod Wotan in Der Ring des Nibelungen en Hans Sachs in Die Meistersinger von Nürnberg. Grote bas-baritonrollen vereisen zowel een enorm uithoudingsvermogen als een diepgaand psychologisch inzicht, en missen de uiterlijke glamour van rollen voor tenor of sopraan. Maar meestal vormen ze zowel het hoofd als het hart van de opera.
