Strenge regels kunnen Jean Rondeau niet tegenhouden. Het nieuwe album van de Franse klavecinist ondermijnt conventionele ideeën van goed en fout, authenticiteit en imitatie. Gradus ad Parnassum bestaat grotendeels uit transcripties van stukken die zijn bedacht voor piano of fortepiano. Waar de titel van zijn album slaat op de zoektocht naar ultieme kennis, klinkt in de inhoud de experimentele, vaak ongrijpbare aard door van stukken die oorspronkelijk zijn bedoeld als oefeningen voor toetsenisten en componisten. “Deze zoektocht is als een metafoor voor muziek, die nooit volledig begrepen kan worden”, zegt Rondeau tegen Apple Music. “Voor mij is muziek altijd in beweging. Er is nooit slechts één manier om een stuk te spelen.”Rondeau’s recital omvat een dozijn werken van Fux, Haydn, Mozart, Beethoven, Clementi en Debussy. Twee composities zijn toegeschreven aan Giovanni Pierluigi da Palestrina. “Het gaat niet om pianorepertoire of klavecimbelrepertoire”, zegt Rondeau. “Het is complexer, interessanter. Hoe meer je in de muziek graaft, hoe meer vragen je ontdekt.” Het overkoepelende thema van zijn album komt van een baanbrekend werk uit de muziektheorie, Johann Joseph Fux’ Gradus ad Parnassum. De Latijnse eerste editie, gepubliceerd in Wenen in 1725, vond een thuis in de bibliotheek van J.S. Bach. De Duitse vertaling hielp generaties componisten, onder wie Haydn, Mozart, Beethoven en Clementi, bij het creëren van geavanceerd contrapunt.“Ik zie muziek uit het verleden niet als iets van lang geleden”, zegt Rondeau. “Daarom prikkelt het me om deze stukken te spelen van componisten uit zeer uiteenlopende tijdperken. Dat betekent niet dat ze geen raakvlakken met elkaar hebben.”