De eerste twee albums die Sopraan Fatma Said opnam voor Warner hadden een multicultureel tintje, met Westerse klassieke werken naast liederen uit haar geboorteland Egypte en het Midden-Oosten. In Lieder concentreert ze zich vooral op de Duitse liederentraditie, maar haar aanpak is verre van voorspelbaar.
Drie verschillende pianisten begeleiden haar in liederen van Schubert, Mendelssohn en Schumann, met als rode draad Saids levendige tonaliteit en scherpzinnige vertolking van tekst en karakter. Klarinettist Sabine Meyer begeleidt haar in een verfrissend kijk op Schuberts 'Der Hirt auf dem Felsen' (De herder op de rots), en in het verrukkelijke afsluitende lied van dezelfde componist wordt Said vergezeld door een mannenkoor.
Het zijn waarschijnlijk vooral de stukken van Brahms die de sterkste indruk achterlaten. Je hoort de verweving van Saids stem met de verfijnde klanken van harpist Anneleen Lenaerts, waarna de indringende lyrische texturen van strijkkwartet Quatuor Arod de korte cyclus 'Ophelia-Lieder' verrijken.