De Frans-Moldavische pianiste voert hier pianobewerkingen uit van stukken die oorspronkelijk werden geschreven voor zang en piano. Ontdaan van de woorden moeten deze liederen op een andere manier communiceren, en daar is de tedere, lyrische stijl van Zoubritski’s pianospel geknipt voor. Daarnaast speelt zij ook stukken zonder woorden die al voor solopiano waren bedoeld, zoals Liszts ‘Sonnet van Petrarca 104’ waarin ze een sterke muzikale persoonlijkheid aan de dag legt. Haar ervaring met zangers (zij is in Frankrijk een gerenommeerde zanglerares) schemert duidelijk door in liederen zoals Schuberts ‘Wohin?’, Schumanns ‘Widmung’ en Poulencs ‘Les Chemins de l’Amour’, dat ze zelf arrangeerde.