New York Philharmonic

Biografie

Het New York Philharmonic wordt algemeen gezien als het oudste orkest van de Verenigde Staten en geldt als grootmacht in de klassieke muziek. Het orkest gebruikt zijn bekendheid niet alleen om tradities hoog te houden, maar ook om te innoveren en voorop te lopen met nieuw werk. Het orkest werd in 1842 opgericht en het duurde decennia voordat het uitgroeide tot een gevestigde naam. In 1877 begon dirigent Theodore Thomas aan een 14-jarige termijn waarin hij de kwaliteit van het orkest significant verbeterde. Anton Seidl volgde hem op in 1891, het jaar waarin Carnegie Hall de deuren opende (de plek die tot 1962 het thuis van het orkest zou worden). In 1921 bundelden het New York Philharmonic en het New York Symphony Orchestra hun krachten, met Willem Mengelberg als chef-dirigent. In 1928 volgde er nog een fusie, ditmaal met de New York Symphony Society. In 1930 werd Arturo Toscanini de dirigent. Nadat hij in 1936 stopte volgden verschillende gastdirigenten. Leonard Bernstein werd in 1957 chef-dirigent, de eerste geboren Amerikaan in die positie. Bernstein versterkte de reputatie van het orkest met onder meer de tv-serie Young People’s Concerts, en hij leidde de verhuizing naar het Lincoln Center. Pierre Boulez volgde Bernstein in 1971 op, waarna Zubin Mehta en Kurt Masur het orkest klaarstoomden voor de 21e eeuw. Lorin Maazel nam in 2002 het stokje over en leidde het orkest tijdens het historische bezoek aan Noord-Korea in 2008. Hij werd in 2009 opgevolgd door Alan Gilbert, waarna Jaap van Zweden in 2018 de toekomstgerichte reputatie van het orkest verder verstevigde.